In uitvoering van de sectorale Collectieve Arbeidsovereenkomst ‘Sociale Programmatie 2023 – 2024’ werden gedurende meer dan een jaar (!) overlegvergaderingen gepland om een verbetering trachten te bekomen van het extralegaal sectoraal pensioenplan voor gebaremiseerde werknemers met loon- en arbeidsvoorwaarden > 2002 (zogenaamde ‘nieuwe arbeidsvoorwaarden’ of afgekort ‘NAV’). Deze inefficiënte besprekingen leverden een patronaal voorstel op dat midden 2025 voorgelegd werd aan ook de leden van Gazelco, die dit met een bijna unanimiteit verworpen hebben omdat het absoluut niet voldeed aan de verwachtingen van betrokkenen. Hierna diende ook Gazelco, met deze weigering als basis, eind september 2025 een sectorale stakingsaanzegging in. Gazelco heeft als enige syndicale organisatie ook daadwerkelijk uitvoerig stakingsacties gevoerd in veel bedrijven van onze sector (bij het uitblijven van een oplossing is dat ook het enig doel van een stakingsaanzegging !), andere organisaties hebben zich beperkt tot sensibiliseringspogingen en hebben geen enkele stakingsactie gevoerd of gesteund. De werkgevers hebben eind november een zitting van het Vast Verzoeningsbureau van het Paritair Comité 326 (Gas en Elektriciteit) aangevraagd, dat uiteindelijk na vier zittingen (!) ervan op 18 december 2025 besloten heeft dat er helemaal geen verzoening tussen standpunten mogelijk was. Als slotverklaring hebben de verzamelde werkgevers alles wat ooit aan voorstellen tijdens deze besprekingen op tafel gelegen had volledig ingetrokken, waardoor dus helemaal niets meer op de onderhandelingstafel lag. Zeer tot onze verbazing kwam dan wel in de daarop volgende dagen een schriftelijke patronale verklaring, waarin gesteld werd dat hun laatst geformuleerde voorstel wel degelijk terug op een onderhandelingstafel ligt (!?).
Ter herhaling hieronder samengevat het laatste patronaal voorstel :
de werkgeversbijdragen verhogen vanaf 1.7.2025 lineair naar 3,75 % van het gedeelte van de jaarlijkse referentiebezoldiging (T = jaarlijkse referentiebezoldiging namelijk maandbezoldiging op 1 januari X 13,92, dat het bezoldigingsplafond T1 (70881,67 euro bruto) niet overschrijdt) en 9,0957 % van het gedeelte van de jaarlijkse referentiebezoldiging boven het plafond van T1 (T2 = gedeelte van de bezoldiging T boven het plafond T1). Vanaf 1.7.2026 verhoogt het eerste percentage naar 4 %, met terugwerkende kracht vanaf 1.1.2026 via een eenmalige patronale bijdrage voor betrokkenen. De eigen werknemersbijdragen blijven onveranderd (0,875 % van T tot aan het plafond T1 en 2,625 % van T boven het plafond T1).
voor betrokkenen die ressorteren onder het pensioenplan Enerbel kan een geleidelijke kapitaalsbescherming opgebouwd worden vanaf 57 jaar, waarbij vanaf 63 jaar geen risico op verlies van kapitaal meer zou bestaan en er dus volledige kapitaalsbescherming is vanaf deze leeftijd. Gedurende deze periode (van 57 jaar tot en met 63 jaar) wordt in dit systeem gradueel (15 % per jaar, laatste jaar 10 %) de opgebouwde reserve overgeheveld naar een nieuw opgebouwde reserve (pensioentoezegging van het type ‘cash balance’), waarbij negatieve rendementen (op beleggingen van het kapitaal) herleid worden tot 0 % en positieve rendementen voor 80 % toegekend worden (met de overige 20 % wordt een buffer gefinancierd voor de opvang van mogelijke negatieve rendementen, dus deze 20 % verliest elke betrokkene bij elk positief rendement !). Met andere woorden kan een systeem voorzien worden waarbij tijdens deze eindeloopbaanperiode negatieve rendementen niet langer leiden tot kapitaalsverlies (gegarandeerd rendement = 0 %), maar waarbij evenzeer positieve rendementen (die normaal leiden tot een kapitaalsverhoging) voor 20 % lineair afgenomen worden van het totale rendement (hetgeen men dus altijd zou kwijtspelen). De keuze zou op 1.7.2026 geboden worden aan betrokkenen om ofwel volledig in het oude systeem te blijven (met dus een risico gedurende de ganse loopbaan op kapitaalsverlies bij bijvoorbeeld een beurscrash), ofwel in het nieuw systeem te stappen met al dan niet overdracht van reeds opgebouwde reserves op die datum. Nieuw aangeworven collega’s na 1.7.2026 zouden sowieso onder het nieuw systeem vallen.
Voor betrokkenen die niet ressorteren onder Enerbel maar wel onder een ander pensioenplan (Ethias, AG, Allianz,…) wordt geen enkele bijkomende kapitaalsbescherming of rendementsgarantie geboden.
er mogen geen bijkomende eisen gesteld worden omtrent het sectoraal pensioenplan tot 31 december 2031, bovendien moet de sociale vrede hierrond geëerbiedigd worden tot dan.
Gazelco meent dat een akkoord zou kunnen bereikt worden over een verhoging van de werkgeversbijdragen op basis van het voorgaande. Een systeem waarbij lineair op alle positieve rendementen een gedeelte wordt afgenomen van de betrokkenen, is voor Gazelco onverteerbaar aangezien we daarvoor geen mandaat gekregen hebben. Ook heeft Gazelco zich negatief uitgesproken tegen het in niets voorzien inzake kapitaalsbescherming en rendementsgarantie voor diegenen die niet ressorteren onder Enerbel.
Gazelco zal druk blijven uitoefenen op de werkgevers tot wanneer een aanvaardbaar voorstel bereikt kan worden, dat dan aan betrokken collega’s ter consultatie zal voorgelegd worden. Wie niet begrijpt dat zonder effectieve acties sociale vooruitgang zelden mogelijk is, loopt naast zijn of haar (syndicale) schoenen en daar doet Gazelco niet aan mee !
In deze tumultueuze context zouden we haast vergeten dat nog andere dossiers (zoals een nieuwe sociale programmatie 2025 – 2026, een nieuwe sectorale CAO over landingsbanen, een verdere discussie over het personeelstarief voor elektriciteit en aardgas, …) op zich laten wachten. Ook hierin zal Gazelco het voortouw nemen, normaal gezien nadat het bovenstaande opgelost geraakt.
Met de allerbeste wensen voor 2026,
Jan Van Wijngaerden
Federaal Secretaris Gazelco



